Spraak

.
Spraak – de; v(m) 1 het vermogen om te spreken 2 manier van spreken; klank (Van Dale)
Hierin kunnen stoornissen voorkomen, spraakstoornissen. Er zijn stoornissen in het uiten van klanken, woorden en zinnen. Bij spraakstoornissen kunt u denken aan:
1. Verlate of vertraagde spraakontwikkeling: Uw kind heeft een achterstand in de spraakontwikkeling in vergelijking met het gemiddelde van zijn/haar leeftijdsgenootjes. Uw kind kan een klank/klanken en/of klankcombinatie(s) niet (juist) produceren. De klanken kunnen vervormt, vervangen (boekje = koekje) of weggelaten worden.
2. Slissen of lispelen: U/uw kind spreekt klanken uit met de tong tussen de voortanden of kiezen. Dit gebeurt vaak bij de klanken: /n/, /l/, /t/, /d/, /s/ en /z/. Dit kan het gevolg zijn van afwijkende mondgewoonten.
3. Stotteren: Herhalingen, blokkades of verlengingen van een klank, lettergreep of woord.
4. Broddelen: Onbewust snel en onduidelijk spreken, met een onsamenhangende formulering.
Let op: In de spraakverwerving is het een normaal proces dat kinderen klanken of klankcombinaties nog niet of verkeerd uitspreken. Ook is het stotteren bij jonge kinderen een normaal proces in de taalverwerving. Wanneer dit opvallend langer aanwezig is dan bij leeftijdsgenootjes, is er mogelijk logopedische therapie nodig.
Spraakstoornis, waarom een probleem?
Een kind of volwassene kan zichzelf niet begrijpelijk uiten, dit kan frustratie en misverstanden veroorzaken. Op den duur kan dit problemen in de gehele spraak-taalontwikkeling geven. De luisteraar kan negatieve non-verbale reacties geven en de boodschap kan anders overkomen op de luisteraar. Voor kinderen is de spraak een belangrijke manier om zich te uiten. Als dit niet goed verloopt kunnen sociaal- emotionele problemen een gevolg zijn. Daarnaast kan een kind met spraakstoornissen problemen krijgen bij het leren lezen en spellen.
Oorzaken
De oorzaak van een spraakstoornis kan lichamelijk of functioneel zijn. Bij een lichamelijke stoornis is er sprake van een afwijking in een orgaan (bijv. bij een gehoorstoornis, schisis, speen -, duim- en/of vingerzuigen). Bij een functionele stoornis is er sprake van verkeerd gebruik bijvoorbeeld door imitatie of gewenning, meestal onbewust.
Behandeling
In de behandeling onderzoeken we de spraakstoornis. Het onderzoek is afhankelijk van de klachten. De resultaten bespreken we met u, waarna er behandeldoelen worden opgesteld. De duur van de behandeling hangt af van de aard van de stoornis, de ernst en de snelheid waarmee u/uw kind het geleerde oppakt en toepast.
 

Reacties zijn gesloten.